Vitamine D bronnen

Sinds het begin van de 20e eeuw is duidelijk dat de zon de belangrijkste bron van vitamine D is. Onder invloed van de UVB straling (maar niet door UVA straling) is de huis in staat om vitamine D te maken. Hoe dat proces exact werkt is helaas, zelfs 80 jaar na de ontdekking nog steeds niet bekend. Een globaal beeld bestaat wel maar het exacte mechanisme en welke andere factoren daarbij het proces ondersteunen is nog steeds niet duidelijk.

UVB straling

De belangrijkste bron voor vitamine D is UVB. Dit UVB is onderdeel van de straling die er vanuit de zon op de aarde terechtkomt. De zon zendt verschillende soorten straling uit die niet zichtbaar zijn voor het blote oog. Een van de meest bekende stralingen is het ultraviolet licht. Dit licht is onder te verdelen in 3 soorten, het UVA, UVB en UVC. Van deze drie is UVC het meest schadelijk, daarna UVB en het minst schadelijk is UVA. Mensen zijn niet in staat dit licht waar te nemen. Sommige bijen kunnen dit wel waardoor zij bloemen anders zien dan mensen.

Het UVC is de meest energierijke straling en daardoor het meest schadelijk. Gelukkig wordt deze straling door de ozonlaag volledig geabsorbeerd en bereikt het aardoppervlak dus niet. UVB wordt voor het grootste deel geabsorbeerd en slechts 2-4 % bereikt het aardoppervlak. Het UVA is laag energetisch en wordt nauwelijks geabsorbeerd. Het grootste deel bereikt het aardoppervlak. Van UVA en UVB is de laatste het gevaarlijkste vooral in hogere percentages. Gelukkig hebben zowel planten als dieren methodes om zich te beschermen tegen de schadelijke effecten. Planten zijn bijvoorbeeld in staat hun bioflavonen (anti-oxidanten) te verhogen. Kelp doet het door jodium uit te stoten waardoor er een sluiering van de lucht ontstaat en minder straling de kelp bereikt.

ozon-laag-2

Natuurlijke bescherming tegen UVB

Ook mensen hebben beschermende mechanismen. Een daarvan is de vorming van melanine, waardoor de gebruinde huidskleur ontstaat. Deze vangt een deel van de energie weg en voorkomt op die manier schade. De ooglens van de mens is ook in staat het UVB weg te filteren, zodat het achterliggende netvlies wordt beschermd. Deze methodes hebben natuurlijk wel hun grenzen en te hoge blootstelling aan UVB kan leiden toto eerdere staarvorming of huidschade en zelfs een vorm van huidkanker. De vorm die ontstaat door UVB is nog redelijk goed te behandelen, maar het melanoom dat vaak gerelateerd is aan UVA is zeer slecht te behandelen.

Daarnaast zijn er in diverse onderzoeken dat ook andere factoren, waaronder enkele mineralen en vitamines, mogelijk een antioxidant effect hebben in de huid en zo de schade door UVB kennen beperken.

UVB en huidkankerDe meest bekende link tussen UVB en gezondheidsschade is wel de huidkanker. Zoals gezegd veroorzaakt UVB straling vooral een verhoging van het , relatief goed te behandelen, basaalcelcarcinoom. Wat natuurlijk veel interessanter is waarom er zo een verschil is in het risico op het krijgen ervan. Dat is namelijk niet direct gekoppeld aan het huidtype, alhoewel lichter gepigmenteerde mensen een hogere kans lopen, maar er lijken toch zeker andere omgevingsfactoren mee te spelen. De zoektocht zou erop gericht moeten zijn die verschillen boven tafel te krijgen. Zijn er inderdaad andere factoren te vinden die het risico verhogen?We dienen ons tevens te realiseren dat de adviezen tot stand zijn gekomen in de periode waarin sprake was van een duidelijke afname van de ozon laag en er grote twijfels waren of de bescherming daarvan nog wel voldoende zou zijn in de jaren die moesten volgen. Inmiddels weten we hoe het is verlopen, de CFK’s zijn verbannen en inmiddels laten recente metingen zien dat de ozonlaag zich goed heeft hersteld. De vraag dringt zich dan ook op of de oude adviezen nog wel actueel zijn of moeten worden aangepast aan die nieuwe situatie.

verbrande-huidExtreme zon verbranding van de huid leidt altijd tot een verhoogd risico op ziekte, maar door op een verstandige manier te zonnen worden die risico’s vermeden.

 

 

 

Wat nu met het zonnen en extra vitamine D?

Het mag duidelijk zijn er zijn veel tegenstrijdige adviezen als het gaat om de UVB straling. Inmiddels is duidelijk dat grote delen van de bevolking rondlopen met een vitamine D tekort. Een van de redenen zal het zonadvies zijn, maar dat is niet het hele verhaal. We wisten immers al dat het aantal uren zon in de noordelijke landen te weinig was rond 1920. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het dan vandaag de dag wel voldoende zou zijn, ook al liggen we elke dag als de zon schijnt (en dat is niet zo vaak) in de zon. Wolken remmen de UVB straling af en verlagen de vitamine D productie, hetzelfde geldt voor glas en anti-zonnebrand smeersels. In de zomer staat de zon nog hoog genoeg, zodat voldoende UVB de aarde bereikt. In de maanden met de “r” in de maand is dat helaas niet het geval. Buiten zitten in het zonnetje is dan best lekker, maar er zal geen vitamine D door kunnen worden gemaakt. Aan die situatie zal niets zijn verandert als we het huidige zonadvies (zonnen zonder verbranden) gaan opvolgen.Het zonadvies zal dus moeten bestaan uit het zonnen op een verstandige manier door een half uurtje onbeschermd dagelijks te zonnen, eventueel die dertig minuten op te bouwen op een geleidelijke manier. Op die manier kan namelijk langzaam het beschermende melanine worden gevormd. Maar daarnaast zullen aanvullende maatregelen nodig bijven, zoals dat 80 jaar geleden ook al was. Totdat Nederland plots een tropische zonneschijn krijgt zal het nodig blijven om extra vitamine D te nemen, zeker als de “r” in de maand zit.Het betekent dat we vast zullen blijven zitten aan extra vitamine D, nu niet meer met de vieze smaak van levertraan, maar via tabletten of drank. Alleen dan kunnen de tekorten van vandaag de dag goed worden bestreden. Ongetwijfeld gaan we dat opnieuw onderzoeken, maar misschien is het handiger en goedkoper eerst de oude onderzoeken daarover te lezen uit de jaren ’20-’50. Het feit dat de onderzoeken lang geleden werden gedaan betekent namelijk nog niet dat ze niet goed waren. We weten inmiddels hoezeer zij gelijk hadden en hoe dom het was die “ouderwetse” adviezen af te schaffen.

Voeding

Zoals al in de jaren ’20 is geconstateerd draagt voeding maar voor een zeer klein deel bij aan het behouden van een optimale vitamine D spiegel. Met voeding alleen zal het dus niet lukken. In het overzicht hiernaast is te zien dat vooral vette vis bijdraagt aan de vitamine D inname, maar daarmee bij lange na niet de hoeveelheid bereikt van de vroegere levertraan. Een nadeel van de huidige vis is dat het teveel gifstoffen bevat om meer dan 2x per week vis te eten, het huidige advies is maximaal 2x per week vanwege de giftige stoffen, zoals dioxine. Daarnaast rechtvaardigt de huidige visstand geen hogere visconsumptie vanwege vitamine D omdat er alternatieven zijn i.t.t. vroeger.
Gelukkig is levertraan niet meer nodig en kunnen we dat ook middels andere tabletten of drank vormen binnenkrijgen. Daarbij wordt steeds meer gedacht aan een hogere dosering die meer overeenkomt met de ouderwetse levertraan, rond de 1000-1600 IE per dag.
De maximale veilige dagdosering is vanuit alle adviesorganen vastgesteld 2000 IE = 50 mcg per dag. Met de ouderwetse levertraan dosering blijven we daar keurig onder.
Verder is de vraag gerechtvaardigd of kunstmatig UVB, zoals zonnebanken, werkelijk zo schadelijk is aangezien het over het algemeen verantwoord gebeurt met een korte blootstelling aan UVB. Daardoor treedt het schadelijke verbranden niet op, went de huid aan de straling en vormt een natuurlijke bescherming tegen UVB. Het voordeel is dat de huid zelf de aanmaak kan reguleren, die aanmaak vele malen efficiënter is dan om het vitamine D te garanderen en overdosering niet mogelijk is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *