Biologische effecten

Biologische waarde van vitamine D

Vitamine D en de relatie met UVB is evolutionair gezien interessant. Immers het betekent dat een potentieel gevaarlijke energierijke straling kennelijk noodzakelijk is voor een gezond leven. Een wonderlijke maar ook gevaarlijke combinatie. Door alleen de gevaarlijke zijde te belichten lopen we het risico op gezondheidsverlies, maar door teveel te leunen op de positieve effecten lopen we uiteindelijk datzelfde risico.
Het betekent dan ook dat we de relatie op een realistische wijze moeten benaderen en alle aspecten van het mechanisme eerst moeten doorgronden alvorens een advies aan burgers te geven. Tot op heden kennen we de werkelijke regulering en totstandkoming van vitamine D nog onvoldoende en is de black box waar UVB straling in gaat en vitamine D of huidkanker uitkomt nog te onbekend en daarmee ook alle factoren die de uitkomst kunnen beïnvloeden.Toch speelt UVB wel degelijk een belangrijke positieve rol in het leven op aarde, ook al is de bandbreedte waarbinnen dit positief blijft wel smal.

Ultraviolet licht

ozon-laag-2

Ultraviolet licht werd al enige tijd geleden ontdekt in 1801 door Jan Wilem Ritter. De golflengte van UV licht is voor UVA 400-315 nm, UVB 315-280 nm en UVC 280-100 nm. De laatste vorm is de meest energierijke straling en daarmee de meest schadelijke. Op aarde komt deze niet voor vanwege de volledige filtering ervan dor de ozon laag. De straling kan wel in onnatuurlijke opgewekte vorm voorkomen. Dan is de straling sterk desinfecterend.

Het UV licht bevindt zich net buiten het voor de mens zichtbare spectrum (400-780 nm), maar sommige dieren kunnen het wel waarnemen, zoals bijen.

Ozon laag
 
ozon-laag-3
Ongeveer 98 % van de door de zon uitgezonden UV straling wordt dor de atmosfeer geblokkeerd. Van het deel dat uiteindelijk het aardoppervlak bereikt is slechts een zeer klein deel UVB straling (ongeveer 2-2,5%), de rest is UVA. Voor mensen, maar ook voor planten en dieren is dit echter voldoende om de positieve effecten ervan te garanderen. Een hoger percentage kan leiden tot meer negatieve effecten, bij planten bijv door schade aan het DNA en verminderde groei. Dat geldt echter niet voor al het leven in dezelfde mate. Er zijn soorten die beter de UVB schade kunnen opvangen dan anderen. Dat geldt ook voor mensen, denk maar aan het negroïde ras dat veel beter met de zonnestraling kan omgaan dan het Scandinavische type mens.
Afhankelijk van de stand van de zon zal er wel of geen UVB straling de aarde bereiken. In de zomer zal in Nederland vaak wel de 2% UVB worden gehaald, maar in de winter komt er vrijwel geen UVB straling door de ozon laag. Dat heeft te maken met de lage stand van de zon. De hoek met de aarde en de ozonlaag is dan klein. Dat betekent dat de straling een langere weg door de ozonlaag moet afleggen dan bij een hoge zonnestand. Daardoor is er meer contact met de ozonlaag en wordt vrijwel al het UVB in de maanden september-april eruit gefilterd.
Het heeft tot gevolg dat er in die maanden geen vitamine D kan worden gemaakt en we volledig afhankelijk zijn van de voeding.

Winterperiode

De winterperiode zal leiden tot een verlaging van het vitamine D niveau door de afwezigheid van UVB. Die afwezigheid van UVB heeft ook effecten voor de flora. Bloemen zullen niet tot bloei kunnen komen en de biomassa zal verminderen. Daarmee neemt de beschikbaarheid van volwaardige voeding af en dat heeft weer gevolgen voor de dieren.
Het is jammer daat we heel veel onderzoek hebben gedaan naar de effecten van een verhoging van de UVB straling door een vermindering van de ozon laag, maar veel minder onderzoek hebben gedaan naar de effecten van UVB überhaupt.
We weten dat de energierijke UVB straling effecten heeft op bloei en groei, maar de werkelijke mechanismen erachter zijn grotendeels onduidelijk. Daarmee weten we ook onvoldoende over de positieve effecten van UVB.
Het is niet voor te stellen dat die geen bijdrage levert en kennelijk zijn we voor de gezondheid van het leven op aarde er afhankelijk van. Anders zouden soorten en rassen evolutionair hebben overleefd die een grote mate van ongevoeligheid hebben voor UVB. En dat is niet zo, zoals goed is te zien aan de lichtere huidskleur van de noordelijke rassen. Kennelijk moeten we ons eenvoudig wel aanpassen om toch UVB te kunnen opnemen.
Voor al het leven op aarde is UVB noodzakelijk alleen zijn we onvoldoende op de hoogte in welke mate dat is en op welke manier. Hopelijk gaan we dat nog eens onderzoeken om meer inzicht te krijgen in de basisvoorwaarden van het leven.

De nieuwe waarde van vitamine D

De reden waarom vitamine D tegenwoordig meer in de belangstelling is komen te staan is veroorzaakt door het feit dat de vitamine D receptor (daar waar het vitamine D aan hecht) op vrijwel elke lichaamscel voorkomt. Om die reden te achterhalen wordt nu veel meer onderzoek gedaan en gepubliceerd. Daarmee is de vitamine D receptor overigens niet uniek. Hetzelfde geldt voor de jodium receptor die ook in zeer veel weefsels blijkt voor te komen en niet alleen de schildklier zoals werd gedacht. Helaas heeft vitamine D wel de aandacht van media mogen bereiken en jodium niet. Vanwege dat gebrek aan aandacht zal het daar nog wel even duren voordat we die verder onderzoeken.Voor vitamine D heeft de aandacht in ieder geval betekent dat er een nieuw waarde wordt gehecht aan vitamine D, zeer terecht. Het betekent ook dat de regulatie van vitamine D waarschijnlijk niet alleen door calcium wordt bepaald, maar veel meer factoren een rol spelen. Op dit moment gaat de meeste aandacht uit naar de preventieve effecten bij vormen van kanker, vormen van ontstekingsziekten, infecties en risico op diabetes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *