De gezondheidsraad

De Gezondheidsraad over vitamine D

Recent heeft in september 2008 de Gezondheidsraad (GR) een advies uitgebracht over vitamine D. Daarbij zijn een aantal kanttekeningen te maken. Allereerst is daar natuurlijk het feit dat de adviezen van de verschillende adviesorganen, zoals dat van de Amerikaanse kinderartsen, de GR en het Australische advies niet overeenstemmen. Daarnaast hebben internationale experts eerder al hun mening gegeven. Vooral de GR in Nederland wijkt op een belangrijk aantal punten af van die internationale adviezen, terwijl die adviezen elkaar voor een groot deel juist wel overlappen. Daarmee is het advies afwijkend van de internationale richtlijnen, een bijzondere situatie, maar al eerder gezien bij het advies van de GR over jodium. Voor de burger, maar ook voor degene die een advies willen vertalen naar burgers is dat een niet te hanteren situatie. Het werkt in de hand dat iedereen zijn of haar eigen interpretatie geeft aan de rapporten, zoals de adviserende instanties dat zelf ook doen.Nog vervelender wordt het, in het geval van de gezondheidsraad, als zelfs de normen voor het vaststellen van een tekort afwijken van alle andere internationale adviezen en zelfs van een Europees advies waarin leden van de GR commissie zelf deelnamen. Dan is volstrekt niet meer te volgen welk advies moet worden aangehouden. Het lijkt er dan voor de buitenstaander op dat de GR intern verdeeld is danwel het spoor bijster is.

De GR en de 13e internationale expert bespreking over vitamine D

In maart 2007, dus ruim voordat de GR haar advies uitbracht, is er een consensus bespreking geweest over vitamine D. Daaruit zijn een aantal conclusies getrokken die door de deelnemers werden ondersteund. Onder die deelnemers was ook prof. Lips, lid van de GR.

De bevindingen staan in onderstaande dia.

vitamine-d-guidelines

De deelnemers zijn het eens dat de ondergrens voor een adequaat vitamine D gehalte minimaal 50 nmol/l dient te zijn. Daarnaast zijn de leden het erover eens dat het toevoegen van vitamine D aan voeding onvoldoende zal bijdragen aan het garanderen van een voldoende vitamine D niveau in de bevolking. Verder wordt bevestigd dat 50% van de oudere Amerikaanse bevolking, ondanks die toevoeging die daar al zeer gebruikelijk is, een tekort heeft. Daarin wordt nadrukkelijk melding gemaakt van het feit dat o.a. hoogleraren uit Nederland dit hebben beoordeeld en aangegeven.

Verder wordt gesteld dat ongeveer twee derde van de ouderen inde rest van de wereld dit heeft en de situatie onder jongeren niet beter is. Ook dit komt voort uit de voordrachten van o.a. Nederlandse hoogleraren.
Ten slotte wordt aangegeven dat de richtlijnen in alle landen een te lage dosering adviseren om een goede vitamine D status te garanderen en dat die richtlijnen te weinig uitgaan van de nieuwe inzichten over vitamine D.
Al deze bevindingen worden ondersteund door ook de Nederlandse delegatie, waarvan sommige lid zijn va de GR.Het is dan ook verwonderlijk dat het advies van de GR op essentiële punten afwijkt van deze overeengekomen conclusies door 334 experts op het gebied van vitamine D. De GR oordeelt in haar rapport anders en maakt kennelijk gebruik van een andere kennis. Een vijftal opmerkelijke verschillen.

1. Er wordt onvoldoende in het rapport van de GR de ernst van situatie benadrukt, waarbij voorbij wordt gegaan aan het feit dat mogelijk 2/3 van de Nederlanders een vitamine D tekort heeft, ruim 10 miljoen mensen! Nederland zal er slechter voorstaan dan Amerika, omdat die al langer vitamine D toevoegen aan voeding en grote delen van Amerika in zonrijke gebieden liggen. Daar zal minder vaak een tekort voorkomen en dan toch nog gemiddeld 50% met een tekort.

2. De ondergrens van een voldoende niveau is 50 nmol/l zonder onderscheid naar geslacht of leeftijd, geheel in lijn met het fysiologische terugkoppeling mechanisme data geen leeftijd afhankelijkheid noch geslachtsafhankelijkheid kent. De GR oordeelt dat de fysiologie kennelijk een geheel nieuw mechanisme, waarbij leeftijd en geslacht de terugkoppeling-/ normaalwaarde bepalen. Een onnavolgbare afwijking van de huidige inzichten die niet te onderbouwen lijkt. Ook hier negeert zij de consensus bespreking van 334 internationale experts.

3. De situatie bij jongeren is niet beter oordelen de experts. Toch neemt de GR geen actie en stopt met vitamine D na het 4e jaar.

4. Het alleen toevoegen aan voeding zal geen bijdrage leveren aan een verbetering van de vitamine D tekorten. En wat adviseert de GR? Vitamine D toe te voegen aan voedingsmiddelen zoals boter, wetende dat de experts het erover eens zijn dat dit niet zal helpen.

5. De laatste kanttekening heeft te maken met het feit dat de Nationale adviezen teveel uitgaan van alleen de bot- en kalkstofwisseling en daaraan gerelateerde zaken als osteoporose en Engelse Ziekte en te weinig de nieuwe ontwikkelingen meewegen. Helaas doet de GR precies hetzelfde, ook een jaar nadat die tekortkoming is geconstateerd en door leden van de GR wordt onderkent.

Juist omdat het rapport van de GR uitkwam na deze publicatie en bespreking, waaraan haar eigen leden deelnamen had zij op bovenstaande punten de unieke kans gehad een vernieuwend en actueel rapport te schrijven. Helaas blijft het bij een zeer conservatief en weinig vernieuwend rapport, die de diepgang van de expert bespreking mist.

Het advies van de Gezondheidsraad samengevat

Zoals hierboven is beschreven mist het advies van de gezondheidsraad vernieuwende inzichten en daarmee zijn de adviezen eerder meer van hetzelfde dan dat zij overeenkomen met de huidige inzichten. Kort samengevat komen de adviezen neer op:

1. Breidt de voorlichting uit en maak de boodschap eenduidig. Verschillende instanties zouden dezelfde boodschap moeten geven. Vreemd dat deze oproep kennelijk voorbij gaat aan de Gezondheidsraad zelf die nergens beargumenteerd waarom zij afwijken van de heersende internationale en wetenschappelijke wereld. Het zou helpen als zij zelf het voortouw zouden nemen in een eenduidige boodschap. Het feit dat recent het zonadvies is aangepast en 20 jaar ten onrechte ongenuanceerd is gegeven draagt evenmin bij aan die eenduidige boodschap. Het uitbreiden van voorlichting zal het probleem niet oplossen. Dat deed het 80 jaar geleden niet en zal ook nu niet helpen. Vitamine D zit nu eenmaal nauwelijks in onze voeding en de zon schijnt te weinig.

2. Benadruk het belang van een kwartier overdag buitenshuis. Allereerst negeren we onze allochtone medemens die echt veel meer nodig heeft dan een kwartier en daarnaast moet de zon dan wel schijnen. En die was 80 jaar geleden en nu nog steeds te weinig. Kortom een advies wat het probleem niet zal oplossen. Ten tweede is het een uitdaging voor alle werkende mensen, schoolgaande kinderen om hun werkgever of leerkrachten te verleiden hen een kwartier buiten te laten op het moment dat de zon schijnt. Dit advies getuigt van weinig realisme en het feit blijft dat daarmee het probleem zal blijven bestaan zoals 80 jaar geleden is aangetoond.

3. Gezonde voeding voorziet in vitamine D. Dit staat haaks op de conclusie van de 334 experts die stellen dat onze voeding nauwelijks vitamine D bevat. Mogelijk bedoeld de GR eet vette vis, maar dat is een weinig visvriendelijke en milieuvriendeljke oplossing voor een probleem dat een veel daadkrachtigere aanpak vergt. Daarnaast informeert de GR niet hoe een modaal inkomen met 2 opgroeiende kinderen naast 200 gram groente en 200 gram fruit per dag per persoon ook nog eens 2x per week vis per persoon moet financieren. Een boom met geld is in dat geval bij de meeste gezinnen niet voorhanden. Ongetwijfeld hebben de GR leden gedacht dat zij representatief zijn voor het gemiddelde inkomen in Nederland.

4. Daarnaast blijkt uit het advies van de GR dat de leden van de GR het fysiologisch mechanisme van vitamine D op een totaal nieuwe wijze benaderen. Een wijze die wetenschappelijk nergens wordt ondersteund. Zij stellen dat de ondergrens voor vitamine D bij mannen boven de 70 jaar en vrouwen boven de 50 jaar 50 nmol/l is. Bij een jongere leeftijd is de norm echter nog steeds 30 nmol/l. Dit vanwege het feit dat de commissie geen voordeel ziet in verhoging van de norm. Zij lijkt volstrekt te vergeten dat we het hier hebben over een wetenschappelijk onderbouwd fysiologisch systeem, dat niet ineens wijzigt op 50 of 70 jarige leeftijd afhankelijk ook nog eens van het geslacht. Het wordt nog boeiender als we een van hun conclusies beter bestuderen:
Een beschermend effect op het risico een bot te breken is gevonden bij gemiddelde serum calcidiolgehaltes van 74 tot 112 nmol per liter en een beschermend effect op botdichtheid of valrisico is gevonden bij gehaltes van 35 tot 67 nmol per liter.
Ten eerste gaat het rapport inderdaad alleen maar uit van botstofwisseling. Maar elke arts leert dat het in een onderzoek gaat om de harde eindpunten. Een cholesterol kan verlagen, maar hoeft nog niet te betekenen dat er dan ook een lager risico is op een hartinfarct. Dus moet het hartinfarct worden gemeten en niet de bloedwaarde. Hier geldt hetzelfde, het gaat om het breken van een bot en niet om de technische waarde van een botdichtheid of het risico van een val. En nu blijkt dat de GR zelf stelt dat het risico op het breken van een bot vermindert bij 74-112 nmol/l. En welke waarde wordt geadviseerd, juist 50 nmol/l. Wie het nog snapt mag het zeggen.

5. Tenslotte wordt er met geen woord gerept over de preventieve effecten van een hoger vitamine D niveau bij vrouwen, juist voor de menopauze. Dan is het belangrijk een goede botopbouw te hebben om met een betere uitgangssituatie de menopauze in te gaan. Dat is wat zij zelf immers altijd verkondigen, maar kennelijk niet voor vitamine D. Niets van dat alles, de vrouwen moeten gewoon rustig hun vitamine D tekort uitzingen tot hun 50e jaar en pas dan gaan we iets doen. Ongeveer 30 jaar te laat en niet getuigend van een preventieve denktrant, waarbij de kostenvermindering van onze gezondheidszorg niet op waarde wordt geschat. Maar gelukkig kunnen we zo wel heel lang onderzoek blijven doen naar osteoporose, want dat zal met dit advies nooit worden opgelost. En de fabrikanten van medicijnen tegen botontkalking die meedoen aan al die onderzoeken zijn dan ook weer blij. Want zonneschijn en vitamine D zijn niet te patenteren en daar valt veel minder aan te verdienen.

2 reacties op “De gezondheidsraad

  1. Inmiddels heeft de gezondheidsraad een nieuw advies voor suppletie (september 2012). waarin nog steeds de oude “tekort-grenzen” worden gehanteerd.
    Trouwens: complimenten voor de heldere site!

  2. Vijf jaar na een botbreuk is bij mij botontkalking vastgesteld en door de bottendokter extra kalk en d3 voorgeschreven + 1 risedronaatnatrium per week.
    De chirurg zei het jammer te vinden dat er niet met name bij vrouwen preventief gekeken word naar botontkalking , dat zou een hoop leed besparen volgens de chirurgen maar zei hij erbij; de overheid vind het te duur.
    Het is in mijn ogen een misstand.
    Vr groet Nel Lanser

Laat een reactie achter bij Maaike Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>